Titel
Ja Zuster Nee Zuster
Auteur:
Jacques Kloters en Flip Broekman
(naar de tv serie van Annie M.G. Schmidt)
Regisseur:
Marja Trumpi
Zangrepetitor:
Ruud Klootwijk
Spelers:
Alle DTS-ers!
Data:
donderdag 25 november 2011 (20.15 uur) TRY OUT
vrijdag 25 en zaterdag 26 november 2011 (20.15 uur) en zondag 27 november 2011 (14.15 uur)
Lokatie:
Theater Merlijn, Bilderdijkstraat 35, Den Haag
(routebeschrijving)
Kaarten reserveren:
Kaarten zijn vanaf 2 maanden voor de voorstelling te reserveren. U kunt dan mailen naar reserveer@dts-toneel.nl of bellen naar 070-4400880. Ook kunnen kaarten via DTS leden worden besteld en vooruitbetaald. De kaarten kosten 10 euro (try out halve prijs).
Kaarten kunnen bij de kassa in het theater, voorafgaand aan de voorstelling, worden afgehaald en eventueel nog contant worden betaald.
Voorstelling:
Ja zuster, Nee zuster.
Door Toneelvereniging DTS.
Gezien: 25 en 26 november 2011.
STUKKEUZE:
‘Ja zuster, Nee zuster’ is voor een jubileumvoorstelling een uitstekende keuze. Het stuk kan zonder meer tot het erfgoed van de Nederlandse cultuur worden gerekend en zal dus bij de meesten vele blijken van herkenning opleveren; de personages zijn bekend en de liedjes kan iedereen meezingen. Voorwaar een feestelijke ambiance voor een feestelijke uitvoering.
Natuurlijk schuilt in de herkenbaarheid meteen ook het gevaar om aan die herkenbaarheid niet tegemoet te kunnen komen. DTS is niet in die val gelopen en speelde een autonome, volwaardige voorstelling.
Omdat het geheel niet alleen teksttoneel, maar ook zang en dans bevatte kon iedereen van de vereniging zich in voldoende mate profileren.
VORMGEVING:
De vormgeving was eenvoudig maar efficiënt. Er was goed gebruik gemaakt van de simpele middelen. De open ramen die de achterwand verbeeldden waren mooi suggestief en voldeden naar behoren. Dat de dakscene, met de (helaas ontbrekende duiffies) een beetje knullig overkwam is een puntje van kritiek. Dat gold overigens ook voor de kleding die nogal een ratjetoe was, zonder recht te doen aan het heersende tijdsbeeld.
Ook het lichtontwerp was weinig verrassend maar functioneel; in het algemeen een beetje plat.
Dat men, waarschijnlijk uit praktische overwegingen, gekozen had voor een geluidsband voor de muzikale begeleiding (met zo te horen een digitaal instrumentarium), is zonder meer een gemiste kans.
Juist bij een feestelijke jubileumvoorstelling hoort live muziek en het zou niet al te moeilijk geweest moeten zijn om een eenvoudig combo’tje met bijvoorbeeld piano, bas en (electrische) gitaar samen te stellen. Dan zou ook op een wat natuurlijker manier de ‘vierde wand’ doorbroken hebben kunnen worden en de participatie van en met het publiek nog logischer zijn geweest. Een tip voor het honderdjarig bestaan!!
REGIE, MARJA TRUMPI:
De regie was buitengewoon organisch. Het ritme goed. Het was heerlijk om te zien dat goed op kleine details was gelet, de aansluitingen waren vaak fantastisch en het geheel straalde een goed gekozen truttigheid uit.
Wellicht dat bij sommige personages wat meer afstand genomen had kunnen worden van het origineel, zodat een meer ‘eigen handtekening’ onder het geheel had gestaan.
De choreografie zat goed in elkaar en het feit dat zonder microfoons toch heel verstaanbaar gezongen werd verdient een compliment.
SPEL ALGEMEEN:
Deze voorstelling was een schoolvoorbeeld van hoe met zeer veel energie en plezier gespeeld kan worden.
Iedereen was op zijn plaats, er werd zeer goed samengespeeld, de mise-en-scene was uitstekend en iedere speler was op zijn of haar manier een inspiratiebron voor de ander.
SPEL INDIVIDUEEL:
Anja van Leeuwen (Zuster Klivia):
Het is ongetwijfeld een hele opgave om het beeld van Hetty Blok of Loes Luca te doen vergeten. Alleen daarom al is het een prestatie hoe Anja van Leeuwen de rol van Zuster Klivia neerzette. Toch probeerde ze nog te veel om die vertolking die in ons collectieve geheugen is opgeslagen na te doen. Het accent bijvoorbeeld, werd hierdoor wat te gekunsteld. Voor de rest echter een enige rol!
Anita Quik (Tante Cornelia):
De rol van tante Cornelia was enigszins ondefinieerbaar. Ze paste uitstekend in het ensemble en misstond daar absoluut niet; toch gaf haar personage geen aanleiding tot extra diepgang hetgeen haar verhinderde wat meer op de voorgrond te treden. Zij voldeed uitstekend in het geheel.
Susanne Kroonwijk en Seline van der Linden (De tweeling Jet en Bet):
De rollen van Jet en Bet verdienen het om samen genoemd te worden. Als tweeling speelden ze een zeer geslaagde rol, zowel in hun fysieke verschijning als in hun spel. Ook hun jeugdige leeftijd was absoluut geloofwaardig. Ze waren goed op elkaar ingespeeld: sprankelend en energiek.
Netty Zwaard (Fien):
Ook Fien had een betrekkelijk kleine rol, maar met name als operazangeres kon ze even gloreren. Haar versie van ‘de Fuchsia’ was geestig en gedurfd gebracht. Het is leuk om te zien dat een acteur die geen professioneel zanger is, die rol toch redelijk overtuigend kan vertolken.
Suzanne van Schendel (Mies):
Suzanne van Schendel speelde een moeilijke, want ook hier weer betrekkelijk ondefinieerbare rol. Ze was wel nadrukkelijk op het toneel aanwezig (wat dat betreft was haar kostumering minder geslaagd), maar kon zich moeilijk profileren. Toch ging ook zij moeiteloos op in het geheel. In de ‘tutti’-passages stond zij haar mannetje.
Evelien Kornalijnslijper (Lotte):
Een zeer kleine en voornamelijk ‘vullende’ rol die naar behoren werd ingevuld. Evelien Kornalijnslijper was als ‘edelfigurant’ noodzakelijk in het ensemble voor zang en dans en kweet zich als zodanig goed van haar taak. In de rol van manager van de zangeres, viel ze op en pakte haar moment. Haar verwondering en naïviteit overtuigde.
Waldo Happee (Gerrit):
De ‘Gerrit’ van Leen Jongewaard is niet te overtreffen, en Waldo Happee deed daar dan ook geen poging toe. Toch kreeg hij de aandoenlijke solo ‘Duiffies’ redelijk over het voetlicht, hoewel de diepere laag, de eenzaamheid, desnoods de vraag naar de zin van het bestaan (duiven zijn tenslotte in veel opzichten metaforisch) niet echt aan de oppervlakte kwam en een en ander wat eendimensionaal bleef. Jammer dat de duiven in kwestie er door het publiek bij gedacht moesten worden.
Jos Holtus (Ingenieur):
Jos Holtus was voor zijn rol als ingenieur goed gecast. Wel was er hier en daar een probleem met de verstaanbaarheid, maar voor een verwarde ingenieur is dat nu ook weer niet onbegrijpelijk. Jos Holtus speelde met een aandoenlijke houterigheid die iets meer uitgebuit had kunnen worden.
Robert Rosier (Opa):
De rol van opa is onmiskenbaar iets dankbaarder dan de overige kleine rollen in het stuk en Robert Rosier maakte daar goed gebruik van en zette een geloofwaardig en amusant personage neer. Vooral zijn transformatie naar ‘oude vrouw’ was knap en ook het volhouden van het accent tijdens het zingen. Leuk om naar te kijken.
Egon de Prouw (Buurman Boordevol):
De rol en het spel van Egon de Prouw waren zonder meer het hoogtepunt van de voorstelling. De tekst gaf hem alle mogelijkheden om uitbundig ´los te gaan´. Hij hield de rol van kwaadaardige buurman fysiek en mimisch consequent vol. Zijn kortstondige overgang naar de ´arme Griekse vreemdeling´ was subliem, net zoals zijn zangprestaties. Een heerlijke rol om naar te kijken en van te genieten.
Henk van Veen (agent):
Henk van Veen was in twee kleine scenes te zien en speelde de agent zoals je mag verwachten dan een agent gespeeld wordt, of liever, zoals Annie M.G.Schmidt het archetype van ‘de agent’ zou hebben geschetst. Adequaat.
ALGEMENE INDRUK:
‘Ja Zuster, Nee Zuster’ was een zeer amusante voorstelling, een jubileum waardig. Vlot en vaardig gebracht zonder al te diepzinnige interpretaties of boodschappen. Zowel spelers als publiek smulden van de overbekende liedjes en iedereen zong ongegeneerd mee.
Dat het publiek na afloop ook nog een stekkie van de fuchsia mee naar huis kreeg kon de feestvreugde en het plezier alleen maar verhogen. Gefeliciteerd met dit Jubileum
